ECLI:NL:CRVB:2010:BN5811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken per 19 mei 2008, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn medische beperkingen zijn onderschat, met name vanwege psychische klachten die de behandelingen en uitkomsten beïnvloeden. Hij verwees naar informatie van zijn huisarts en behandelaars en recent medisch onderzoek. Tevens stelde hij dat de functies die als passend werden aangemerkt niet geschikt voor hem zijn.
De Raad overwoog dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de informatie van de behandelende sector was meegewogen. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de vastgestelde beperkingen, ook niet op grond van het recente cardiologisch onderzoek. De arbeidskundige beoordeling dat de aangeduide functies geschikt zijn, werd eveneens bevestigd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.