ECLI:NL:CRVB:2010:BN5819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld ondanks slaapstoornis en verslechterde gezondheid
Appellant, werkzaam in drieploegendienst, meldde zich ziek terwijl hij een werkloosheidsuitkering ontving. Het UWV besloot per 7 januari 2008 het recht op ziekengeld te beëindigen omdat appellant niet langer wegens ziekte ongeschikt was voor arbeid. Dit besluit werd in bezwaar en beroep door de rechtbank Haarlem vernietigd, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat opnieuw het recht op ziekengeld afwees.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het UWV het besluit op juiste wijze heeft heroverwogen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de psychische klachten en slaapstoornis van appellant niet ernstig genoeg zijn om zijn arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen. Ondanks een verslechtering van de gezondheidstoestand medio 2010 is er geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek.
De Raad benadrukt dat artikel 7:2 Awb Pro geen verplichting tot een nieuwe hoorzitting inhoudt bij een hernieuwd besluit op bezwaar, zeker niet bij ontbreken van nieuwe feiten. De Raad acht ook geen grond voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de afwijzing van het recht op ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zijn klachten niet leiden tot arbeidsongeschiktheid.