ECLI:NL:CRVB:2003:AF6327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid intrekking en terugvordering bijstand na werkzaamheden voor escortbureau
Appellante ontving vanaf maart 1995 een bijstandsuitkering die in juni 1996 werd beëindigd vanwege aanvang zelfstandige werkzaamheden. Gedaagde vorderde later terugbetaling van bijstand over april tot juni 1996 wegens niet gemelde inkomsten uit werkzaamheden voor een escortbureau. De rechtbank had het terugvorderingsbesluit vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de rechtbank ten onrechte alleen het intrekkingsbesluit beoordeelde en vernietigt die uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellante in de genoemde periode wel degelijk werkzaamheden verrichtte voor het escortbureau, wat blijkt uit getuigenverklaringen en een politierapportage over een bedreiging gerelateerd aan die werkzaamheden. Appellante heeft haar inlichtingenplicht geschonden door deze inkomsten niet te melden. Hierdoor had zij geen recht op bijstand in die periode en was het intrekkings- en terugvorderingsbesluit terecht genomen.
De Raad wijst het beroep van appellante af en bevestigt dat het besluit van 9 augustus 1999 in stand blijft. Tevens oordeelt de Raad dat appellante niet opnieuw gehoord hoefde te worden voorafgaand aan het nieuwe besluit op bezwaar. De gemeente Beesel wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het intrekkings- en terugvorderingsbesluit blijft in stand.