ECLI:NL:CRVB:2010:BN5842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellante, ziek gemeld sinds 1999 wegens spanningsklachten en hyperventilatie, kreeg vanaf 2000 een WAO-uitkering toegekend. In 2006 werd deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, mede op basis van een deskundigenadvies dat niet volledig rekening hield met haar beperkingen.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld door niet nader te onderzoeken en onvoldoende motivering te geven voor het afwijken van het deskundigenadvies. De Raad liet aanvullende deskundigen rapporteren, waaronder een neuroloog, die bevestigden dat appellante energieverlies heeft en niet voltijds belastbaar is.
De Raad concludeerde dat de medische grondslag voor de intrekking ondeugdelijk is en dat de arbeidskundige onderbouwing niet standhoudt. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het Uwv een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bevindingen. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen.