ECLI:NL:CRVB:2010:BN5918
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken directe levensbedreiging tijdens Bersiap-periode
Appellant verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), vanwege een vlucht tijdens de Bersiap-periode uit angst voor pemoeda’s. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvraag af, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat hoewel de dreiging van de pemoeda’s de vlucht begrijpelijk maakte, er geen sprake was van een directe levensbedreigende situatie ten tijde van de vlucht. Een zelfverkozen vlucht uit angst voor mogelijke ongeregeldheden kwalificeert niet als oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wubo. Ook het feit dat achtergebleven bewoners later werden vermoord, leidt niet tot erkenning.
Appellant stelde dat een vergelijkbare situatie bij een familielid anders werd beoordeeld, maar de Raad stelde vast dat die vlucht plaatsvond onder andere omstandigheden en tijdstippen. Verwijzingen naar verzetsactiviteiten van de vader zijn juridisch irrelevant voor de Wubo-beoordeling.
De Raad concludeerde dat appellant weliswaar angstige omstandigheden heeft ervaren, maar dat de Wubo een beperkte reikwijdte heeft en directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld vereist. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van directe levensbedreiging tijdens de vlucht.