ECLI:NL:CRVB:2010:BN5936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de medische beperkingen van appellante juist waren vastgesteld en dat huishoudelijke taken buiten beschouwing blijven bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
In hoger beroep betwist appellante de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en voert zij ernstige rugklachten en psychische klachten aan, ondersteund door medische stukken van een neurochirurg en een medisch adviseur. Het UWV reageerde met rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.
De Raad oordeelt dat, gelet op de medische stukken en de reacties van de bezwaarverzekeringsarts, er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te concluderen dat het UWV de medische beperkingen heeft onderschat. Ook ziet de Raad geen reden voor benoeming van een onafhankelijke neurochirurg.
Wat betreft de arbeidskundige beoordeling acht de Raad de functies van wikkelaar, administratief medewerker en archiefmedewerker medisch geschikt voor appellante. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.