ECLI:NL:CRVB:2010:BN6015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Betrokkene, een voormalig marktkoopman, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door hartklachten. Na medisch onderzoek werd de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vastgesteld op 1 januari 2003 en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Het UWV concludeerde dat betrokkene minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
Betrokkene stelde in bezwaar en beroep dat hij al eerder arbeidsongeschikt was en dat ook psychische klachten beperkingen veroorzaakten. Na het overlijden van betrokkene zetten zijn erven de procedure voort. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige cardioloog, die bevestigde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist was vastgesteld en dat er geen cardiologische bezwaren waren tegen de FML. Psychische beperkingen werden onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelde dat het UWV de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd voldoende had gemotiveerd. De eerdere stelling dat betrokkene vanaf 1998/1999 feitelijk niets meer deed, was niet aangetoond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering en het vaststellen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 1 januari 2003.