ECLI:NL:CRVB:2010:BN6023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dagloon en referteperiode WIA-uitkering ondanks medische afzakker
Appellant was werkzaam als procesoperator en ontving na werkloosheid een WIA-uitkering op basis van een dagloon vastgesteld door het UWV. Hij betoogde dat zijn dagloon gebaseerd moest worden op een eerdere, hogere loonperiode als constructeur vanwege het zich eerder openbarende ziektebeeld (medische afzakker).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen geen ruimte biedt voor afwijking van de referteperiode. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat de term ziekte in de WIA verwijst naar de eerste dag waarop niet is gewerkt wegens ziekte, niet naar het openbaren van ziekteverschijnselen.
De Raad oordeelde dat het UWV de referteperiode correct heeft vastgesteld en dat de rechter niet bevoegd is om op grond van redelijkheid en billijkheid van dwingendrechtelijke bepalingen af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het dagloon en de referteperiode door het UWV bevestigd.