ECLI:NL:CRVB:2015:964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- C.C.W. Lange
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WIA-uitkering op grond van juiste berekening dagloon
Appellant was sinds juni 2003 werkloos en ontving een WW-uitkering op basis van het maximum dagloon. Na ziekmelding in april 2004 ontving hij een Ziektewet-uitkering en vanaf april 2006 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, eveneens gebaseerd op het toen geldende maximum dagloon. In 2011 heeft het UWV de WIA-uitkering herzien over de periode van oktober 2010 tot oktober 2011 vanwege inkomsten uit arbeid en een teveel betaalde uitkering teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het UWV onterecht het maximum dagloon hanteerde in plaats van zijn oorspronkelijke hogere loon bij zijn vorige werkgever. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de referteperiode correct was vastgesteld en dat het UWV de berekening juist had uitgevoerd volgens artikel 61 van Pro de Wet WIA.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en verwees naar eerdere jurisprudentie dat de rechter niet bevoegd is om formele wetgeving te toetsen op billijkheid. De Raad concludeerde dat het UWV terecht is uitgegaan van de inkomsten in de referteperiode en dat de herziening en terugvordering rechtmatig zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering bevestigd.