ECLI:NL:CRVB:2010:BN6029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking hoger beroep
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft, met toestemming van partijen en zonder zitting, het verzoek behandeld. Op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht oordeelt de Raad dat appellant in de proceskosten moet worden veroordeeld. De kosten zijn begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad stelt vast dat de declaraties betrekking hebben op normale kosten van professionele rechtsbijstand en dat de proceskosten in hoger beroep en het reeds betaalde griffierecht op grond van de eerdere uitspraak reeds zijn vergoed. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskosten aan betrokkene.