ECLI:NL:CRVB:2010:BN6074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant diende in april 2007 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de aanvraag afwees omdat appellant vanaf 4 januari 1997 niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant in de relevante periode had gewerkt en hersteld was verklaard, zonder voldoende medische onderbouwing voor psychische beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege beperkingen op sociaal en persoonlijk vlak geen normale opleiding kon volgen en niet langdurig kon werken, en dat het Uwv zijn onderzoeksplicht niet had nageleefd door geen Functionele Mogelijkheden Lijst op te stellen of arbeidskundig onderzoek te verrichten. De Raad overwoog dat het Uwv niet aannemelijk had gemaakt dat het bestreden besluit eerder was verzonden, waardoor het beroep ontvankelijk was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voldoende had aangetoond arbeidsongeschikt te zijn geweest vanaf zijn 17e verjaardag. De diagnose dissociale persoonlijkheid was niet doorslaggevend voor arbeidsongeschiktheid. Het onderzoek van het Uwv werd als zorgvuldig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.