ECLI:NL:CRVB:2010:BN6701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 30 oktober 2008 te herzien van 35-45% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat de herbeoordeling onzorgvuldig was en dat de gebruikte medische informatie niet actueel was, mede vanwege knie-, rugklachten en overgewicht.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken en overwoog dat een herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid te allen tijde mogelijk is volgens artikel 23 WAO Pro. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek was zorgvuldig uitgevoerd, waarbij appellant persoonlijk werd onderzocht en de bevindingen werden onderschreven door bezwaarverzekeringsartsen. Tevens werd rekening gehouden met de door appellant tijdens de hoorzitting naar voren gebrachte omstandigheden.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor functies met geen bovenmatige belasting, passend bij zijn beperkingen. De Raad oordeelde dat het besluit een deugdelijke medische grondslag had en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herbeoordeling van de WAO-uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.