ECLI:NL:CRVB:2010:BN6970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering ondanks longklachten appellant
Appellant ontving sinds 30 november 2004 een WAO-uitkering wegens lichamelijke pijnklachten, waaronder armklachten. Na melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid door longklachten in 2006, onderzocht het UWV appellant opnieuw en concludeerde dat er geen aanleiding was om de uitkering te wijzigen. Diverse medische rapporten, waaronder van een verzekeringsarts en een longarts, bevestigden dat er geen ernstige longafwijkingen waren die een toename van beperkingen rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook het hoger beroep werd door de Raad behandeld. Deskundigen onderzochten appellant en stelden vast dat de beperkingen samenhangen met zijn copingstijl en persoonlijkheidsstructuur, zonder objectieve medische onderbouwing voor een toename van beperkingen. Neuropsychologisch onderzoek wees op mogelijke overrapportage, maar geen bewijs voor een persoonlijkheidsstoornis.
De Raad concludeerde dat de medische grondslag van het bestreden besluit deugdelijk is en dat de beperkingen niet als rechtstreeks en objectief medisch vaststelbaar gevolg van ziekte kunnen worden beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen wegens onvoldoende medische grondslag voor toename beperkingen.