ECLI:NL:CRVB:2010:BN7150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep na toekenning ouderdomspensioen AOW
Appellant heeft een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd, waarbij hij verklaarde in 1966 en 1967 in Nederland te hebben gewerkt. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen. Na bezwaar handhaafde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het besluit van 29 augustus 2008 tot weigering van het pensioen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure heeft de Svb bij besluit van 23 maart 2010 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het ouderdomspensioen met ingang van september 2005 toegekend, inclusief een toeslag, gebaseerd op de vaststelling dat appellant van maart 1966 tot september 1967 in Nederland werkzaam was.
De Raad constateert dat met dit besluit volledig aan de bezwaren van appellant is voldaan, waardoor appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar van appellant gegrond is verklaard en het pensioen is toegekend.