ECLI:NL:CRVB:2010:BN7169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geen recht op Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellant, voormalig productie medewerker tuinbouw, meldde zich op 2 oktober 2007 ziek met darmklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Op 21 februari 2008 verklaarde een verzekeringsarts appellant hersteld voor arbeid en werd het recht op uitkering beëindigd per 25 februari 2008. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank Rotterdam bevestigde het besluit van het UWV, waarbij zij het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en onderbouwd beschouwde. De rechtbank nam mee dat appellant ook na het besluit medicatie gebruikte, maar dat dit geen nieuwe informatie over zijn klachten gaf. Appellant bracht in hoger beroep medische verklaringen in, waaronder brieven van een arts-psychotherapeut die de diagnose schizofrenie stelde.
De Raad hechtte echter doorslaggevende betekenis aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, die geen stoornis in engere zin kon vaststellen en geen aanwijzingen vond voor psychotische of andere ernstige psychische aandoeningen op de datum van belang. De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor psychisch nauwelijks belastende arbeid en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant sinds 25 februari 2008 niet meer ongeschikt is voor arbeid en geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.