ECLI:NL:CRVB:2010:BN7803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om geen rekening te houden met moederlijk inkomen bij aanvullende studiefinanciering wegens onvoldoende conflict
Appellant verzocht om bij de vaststelling van de aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn moeder vanwege een ernstig en structureel conflict. De rechtbank verklaarde dit bezwaar ongegrond, omdat niet was voldaan aan de conflict-eis zoals bedoeld in artikel 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
In hoger beroep stelde appellant dat het contact met zijn moeder sinds zijn dertiende slecht was en sinds 2005 geheel ontbroken had, en dat er sprake was van weigerachtigheid van de moeder om alimentatie te betalen. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van ernstig lichamelijk of geestelijk geweld, noch van diepgaande conflicten over levensovertuiging, geloof of cultuur. Tevens was vastgesteld dat de moeder geen draagkracht had, waardoor het begrip oninbare alimentatie niet van toepassing was.
De Raad bevestigde dat de verklaring van de advocaat onvoldoende onderbouwing bood voor het conflict en dat het beroep op artikel 10 en Pro 12 van het Besluit studiefinanciering 2000 niet slaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de moeder buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een ernstig en structureel conflict.