ECLI:NL:CRVB:2010:BN7819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugwerkende kracht WAO-uitkering tot maximaal één jaar bij toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WAO-uitkering aangevraagd wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de ingangsdatum van de uitkering arbitrair op 1 mei 2005 en kende de uitkering toe met terugwerkende kracht vanaf 9 november 2006, maximaal één jaar terug. Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat zij al per 27 oktober 2002 arbeidsongeschikt was, mede vanwege de ziekte van Alzheimer die toen nog niet was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het eerdere besluit van het UWV uit 2003, waartegen geen rechtsmiddel was aangewend, stond vast. De Raad oordeelde dat de medische situatie van appellante in 2002 onvoldoende aanleiding gaf voor een eerdere ingangsdatum en dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid pas vanaf 2005 medisch was vastgesteld.
De Raad benadrukte dat alleen bij nieuwe feiten of bijzondere gevallen, zoals bedoeld in de Awb en de WAO, kan worden afgeweken van de standaardregel van maximaal één jaar terugwerkende kracht. Het beroep faalde omdat appellante noch haar partner medische onderbouwing konden leveren voor een eerdere ingangsdatum. Ook het gedrag van appellante en haar partner kon niet leiden tot een ander oordeel. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht slechts één jaar terugwerkende kracht toepaste bij de WAO-uitkering.