ECLI:NL:CRVB:2010:BN7898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende afstand tot arbeidsmarkt
Appellante, geboren in 1966, heeft na een ongeval en een periode van arbeidsongeschiktheid een aanvraag gedaan voor langdurigheidstoeslag op grond van de WWB. Ondanks medische beperkingen en een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, heeft zij in de relevante periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum meer dan €1.062 netto aan inkomsten uit arbeid ontvangen, onder meer via werk als passagiersvoorlichter.
Het College heeft de aanvraag afgewezen omdat appellante onvoldoende afstand tot de arbeidsmarkt had en er sprake was van arbeidsmarktperspectief. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bij hoger beroep bekrachtigd. De Raad overwoog dat de medische situatie van appellante begin 2007 beperkingen kende, maar niet zodanig was dat duurzame benutbare arbeidsmogelijkheden ontbraken.
Appellante voerde aan dat zij het werk vanwege rugklachten niet kon volhouden en dat haar arbeidsverplichtingen later tijdelijk waren opgeheven, maar de Raad achtte dit onvoldoende om te concluderen dat zij geen arbeidsmarktperspectief had. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende afstand tot de arbeidsmarkt had.