ECLI:NL:CRVB:2010:BN8335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onveranderde vaststelling WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante ontving sinds 12 juni 2002 een WAO-uitkering wegens 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van vermeende toename van haar klachten in september 2007, weigerde het UWV de herziening van haar uitkering. Dit werd bevestigd in een bezwaarprocedure en later door de rechtbank Zwolle-Lelystad, die oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen ten opzichte van eerdere vaststellingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten, onder meer op basis van een brief van een neurochirurg. De Raad benoemde een KNO-arts als deskundige, die concludeerde dat de audiometrische bevindingen stabiel waren en dat de problematiek vooral psychisch van aard was. De Raad volgde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de rapporten van de medisch adviseur Wolthuis waren weerlegd.
De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een klinisch psycholoog of psychiater en bevestigde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst van 17 februari 2006 en de vastgestelde arbeidsmogelijkheden correct waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de onveranderde vaststelling van de WAO-uitkering bevestigd.