ECLI:NL:CRVB:2010:BN8417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ANW-uitkering na inkomenscorrectie
Appellante ontving een inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag op 2 oktober 2007 deze uitkering op basis van een nadere vaststelling van haar inkomen uit arbeid over de periode augustus 2006 tot en met juli 2007. Dit leidde tot een terugvordering van €288,35 wegens te veel betaalde uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit herzieningsbesluit, dat door de Svb ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Maastricht, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde appellante aan dat het herzieningsbesluit niet voldoende was toegelicht en dat het niet zeker was dat het besluit een appellabel bestuursbesluit was.
De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit wel degelijk een appellabel besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank over de berekening van het recht op de nabestaandenuitkering en stelde vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar rechten onjuist waren vastgesteld of dat herziening met terugwerkende kracht kennelijk onredelijk was. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit met terugvordering bevestigd.