ECLI:NL:CRVB:2010:BN8420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende cognitieve beperkingen
Appellante, die sinds 1997 een WAO-uitkering ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid, kreeg deze uitkering in 2007 ingetrokken door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank benoemde een revalidatiearts die concludeerde dat appellante op enkele punten zwaarder beperkt was dan eerder vastgesteld, maar geen urenbeperking adviseerde. De FML werd daarop aangepast.
In hoger beroep stelde appellante dat een nader neuropsychologisch onderzoek noodzakelijk was vanwege cognitieve beperkingen gerelateerd aan een herseninfarct in 1999. De Raad oordeelde echter dat de beschikbare medische gegevens geen steun boden voor deze claim en dat eerdere beoordelingen geen beperkingen op cognitief gebied aannamen. Er was geen aanleiding voor een aanvullend neuropsychologisch onderzoek.
De Raad stelde vast dat de aangepaste FML een juiste weergave bood van de mogelijkheden van appellante per 20 juni 2007, en dat zij in staat was de functies van productieplanner, werkvoorbereider, telefoniste, receptioniste en loketbediende te vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van cognitieve beperkingen.