ECLI:NL:CRVB:2010:BN8438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passende functies met schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
Betrokkene, voormalig algemeen medewerker in een bakkerij, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering die in 1994 werd herzien naar een lagere klasse. Na medisch en arbeidskundig onderzoek handhaafde het UWV in 2004 deze uitkering. Betrokkene maakte bezwaar, dat in eerste aanleg gegrond werd verklaard vanwege onvolledig medisch onderzoek en onvoldoende motivering van de arbeidskundige beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet volledig was toegelicht, met name bij de functies sorteerder en inpakker, en dat onvoldoende rekening was gehouden met betrokkene’s opleiding en taalvaardigheid. In hoger beroep stelde het UWV dat de resterende functies passend waren, mede op basis van aanvullende rapporten van medisch en arbeidskundig deskundigen.
De Raad concludeert dat de beperkingen in de FML juist zijn vastgesteld en dat de functies passend zijn, waarbij beheersing van het Nederlands op een bescheiden niveau volstaat. De eerdere uitspraak dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen wordt vernietigd en het bestreden besluit blijft in stand.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met bijna zeven maanden door het UWV, waarvoor een schadevergoeding van €1.000,- wordt toegekend aan betrokkene. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering blijft in stand en het UWV moet een schadevergoeding van €1.000,- betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.