ECLI:NL:CRVB:2010:BN8777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- B.M. van Dun
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken eerdere beschikking
Betrokkene diende in januari 2000 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, waarbij hij aangaf volledig arbeidsongeschikt te zijn sinds zijn geboorte. Een verzekeringsarts oordeelde echter dat er geen sprake was van blijvende arbeidsbeperkingen. Het besluit op deze aanvraag ontbreekt in de dossiers, vermoedelijk door het schonen van niet-medische stukken na vijf jaar.
In 2007 vroeg betrokkene opnieuw een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde terug te komen op het vermoedelijke eerdere afwijzende besluit en wees de nieuwe aanvraag af op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze afwijzing, waarna de rechtbank het bezwaar gegrond verklaarde en het besluit vernietigde omdat niet vaststond dat er een eerdere afwijzende beschikking was en wat de inhoud daarvan was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het risico van het ontbreken van het eerdere besluit bij het bestuursorgaan, het UWV, ligt en niet bij betrokkene. Hoewel betrokkene lang heeft berust in de situatie, moet het bestuursorgaan verantwoordelijk worden gehouden voor het ontbreken van relevante stukken. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag en legt het risico van ontbrekende stukken bij het UWV.