ECLI:NL:CRVB:2010:BN8825

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2853 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 WWBArt. 44 WWB
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit geen terugwerkende bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellant heeft bijstand aangevraagd met ingang van 17 december 2007, terwijl hij zich pas op 18 februari 2008 bij het Centrum voor werk en inkomen heeft gemeld. Het College van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen kende de bijstand toe met ingang van 18 februari 2008, zonder terugwerkende kracht, omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld.

Appellant voerde aan dat psychische problemen hem verhinderd hadden eerder een aanvraag in te dienen. De Raad beoordeelde dit standpunt aan de hand van medische gegevens, waaronder een brief van de behandelend psychiater en een voortgangsrapportage. Hieruit bleek dat appellant weliswaar een depressieve en persoonlijkheidsstoornis had, maar dat deze niet aannemelijk maakte dat hij vóór 18 februari 2008 niet in staat was een aanvraag te doen.

De Raad concludeerde dat appellant in de periode voorafgaand aan de aanvraag regelmatig boodschappen deed, solliciteerde en met de trein reisde, wat wijst op voldoende handelingsbekwaamheid. Daarom zijn er geen bijzondere omstandigheden die terugwerkende bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.

Uitspraak

09/2853 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 28 april 2009, 08/894 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen (hierna: College)
Datum uitspraak: 21 september 2010.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft H.M. Brand, verbonden aan Amacura, geestelijke gezondheidszorg te Geleen, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2010. Appellant is, zoals vooraf bericht, niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J.G. Kubben, werkzaam bij de gemeente Sittard-Geleen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant heeft tot en met 16 december 2007 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangen. Op 18 februari 2008 heeft hij zich gemeld bij het Centrum voor werk en inkomen (CWI) om bijstand aan te vragen. Daarbij heeft hij als gewenste ingangsdatum 17 december 2007 genoemd.
1.2. Bij besluit van 25 maart 2008, gehandhaafd bij besluit van 23 mei 2008, heeft het College appellant met ingang van 18 februari 2008 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend. Overwogen is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die het rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 mei 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad inzake de toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de melding bij het CWI heeft plaatsgevonden. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
4.2. De Raad is van oordeel dat van zodanige omstandigheden niet is gebleken. Vast staat dat appellant in de periode voorafgaand aan zijn aanvraag op 18 februari 2008 regelmatig boodschappen heeft gedaan, heeft gesolliciteerd en met de trein heeft gereisd. Het standpunt van appellant dat hij niettemin in de bedoelde periode wegens psychische problemen niet in staat was om een aanvraag ingevolge de WWB in te dienen, vindt onvoldoende steun in de voorhanden medische gegevens. In de brief van 4 juni 2008 van de behandelend psychiater van appellant, R. van Loo, verbonden aan Amacura te Geleen, wordt onder andere vermeld dat appellant een depressieve stoornis alsmede een persoonlijkheidsstoornis heeft die onder andere aan arbeidsactivering in de weg staan, maar uit die brief blijkt niet dat appellant vóór 18 februari 2008 geen aanvraag om bijstand kon indienen. Ook wordt in die brief niet verklaard waarom appellant op 18 februari 2008 wél maar in de maanden daarvoor niét in staat was een aanvraag om bijstand in te dienen. Die verklaring wordt evenmin gegeven in het citaat dat in het beroepschrift aan de Raad wordt aangehaald uit een voortgangsrapportage van psychiater Van Loo, waarin een andere diagnose dan in de brief van 4 juni 2008 wordt gesteld en dat vooral betrekking heeft op de situatie van appellant vanaf oktober 2008.
4.3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman als voorzitter en J.M.A. van der Kolk-Severijns en N.M. van Waterschoot als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2010.
(get.) J.J.A. Kooijman.
(get.) J.M. Tason Avila.
HD