ECLI:NL:CRVB:2010:BN9380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens anticumulatie en onjuiste berekening
Appellant, die een WAO-uitkering ontving, werkte sinds december 2007 in een restaurant en had inkomsten uit arbeid die invloed hadden op zijn uitkering. Het UWV stelde per 26 mei 2008 vast dat vanwege die inkomsten de WAO-uitkering vanaf 1 december 2007 niet meer uitbetaald mocht worden en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij tijdig aan zijn inlichtingenplicht had voldaan, dat het teruggevorderde bedrag onjuist was berekend en dat er redenen waren om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht toepassing gaf aan artikel 44 van Pro de WAO (anticumulatie) en dat het terugvorderingsbeleid consistent was toegepast. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.