ECLI:NL:CRVB:2008:BG3717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en korting WAO-uitkering bij inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na het starten van een nieuwe baan meldde appellant dit aan het Uwv, maar de WAO-uitkering werd ongewijzigd doorbetaald. Later ontving appellant ook een WW-uitkering na beëindiging van het dienstverband. Het Uwv stelde vast dat appellant geen recht had op de WW-uitkering en vorderde deze terug, evenals een deel van de WAO-uitkering die onterecht was betaald vanwege inkomsten uit arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank niet volledig had beslist over het beroep. De Raad bevestigde dat het Uwv terecht artikel 44 van Pro de WAO toepaste, waardoor de uitkering werd gekort vanwege inkomsten uit arbeid, ook met terugwerkende kracht. De Raad stelde dat het Uwv een bestendige gedragslijn hanteert die terugvordering onder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt.
Appellant voerde aan dat hem niet redelijkerwijs duidelijk was dat hij te veel uitkering ontving en dat het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel zich verzetten tegen terugvordering. De Raad verwierp deze argumenten, mede omdat appellant zelf tijdig zijn nieuwe baan had gemeld en geen dringende reden had aangetoond om van terugvordering af te zien. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en korting van de WAO-uitkering worden gehandhaafd.