ECLI:NL:CRVB:2010:BN9510
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens gering plichtsverzuim ambtenaar provincie Zuid-Holland
Betrokkene, sinds maart 2000 in dienst van de provincie Zuid-Holland, werd in 2007 wegens plichtsverzuim overgeplaatst naar een andere functie. Na een reorganisatie werd hij in 2008 opnieuw geplaatst. In 2009 werd hij geschorst vanwege het zonder toestemming meenemen van oude dossiers uit een beveiligde archiefruimte, wat leidde tot een disciplinaire straf van ontslag.
De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat het ontslag onevenredig was en vernietigde het besluit, waarna verzoekers hoger beroep instelden en een voorlopige voorziening vroegen om het ontslag te handhaven. De voorzieningenrechter onderzocht of het ontslag in hoger beroep stand zou houden en beoordeelde de ernst van het plichtsverzuim.
De voorzieningenrechter concludeerde dat betrokkene de dossiers wilde deponeren in vernietigingscontainers buiten de beveiligde ruimte, wat de ernst van het plichtsverzuim beperkt. Gezien de vertrouwelijkheid van de informatie erkende de voorzieningenrechter het belang van integriteitsregels, maar achtte het ontslag als straf onevenredig. Daarom wees hij het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde verzoekers tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag van betrokkene wordt afgewezen wegens onevenredigheid van het ontslag.