ECLI:NL:CRVB:2010:BN9653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 22 februari 2007 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit onderschreef.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij slechts maximaal 32 uur per week kan werken, met beperkingen ten aanzien van werktijden. Hij overhandigde aanvullend een rapport van zijn behandelend GZ-psycholoog en stelde vragen over de verwerking van zijn opmerkingen in het psychiatrisch rapport.
De Raad overwoog dat de onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts schakelde een psychiater in die ook de bevindingen van de behandelend psychiater meenam. Hoewel appellant commentaar gaf op het concept-rapport, was het aan de psychiater om te bepalen of dit tot aanpassing leidde. De Raad vond geen reden om de Functionele Mogelijkheden Lijst onjuist te achten.
Ook achtte de Raad de voorgestelde functies medisch geschikt voor appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.