ECLI:NL:CRVB:2010:BN9654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en toekenning schadevergoeding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en gaven inkomsten uit oud ijzerhandel op. Tijdens een heronderzoek bleek dat een vrachtwagen op naam van appellant stond en dat er diverse kasstortingen waren die niet waren verklaard. Het College van B&W Venlo trok de bijstand in vanwege onvoldoende informatieverstrekking en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door niet te melden dat de vrachtwagen op hun naam stond en door het niet verklaren van kasstortingen. Hierdoor was het recht op bijstand niet vast te stellen en was intrekking terecht.
Appellanten voerden aan dat het College zijn terugvorderingsrecht had verwerkt vanwege late actie, maar de Raad oordeelde dat de zesmaanden-jurisprudentie niet van toepassing is bij onvolledige informatieverstrekking. De Raad kende appellanten een schadevergoeding toe van €500 elk wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursfase en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak vernietigt het eerdere besluit van 31 augustus 2007, laat de rechtsgevolgen in stand en bevestigt de terugvordering. De Raad concludeert dat het College terecht heeft gehandeld en dat appellanten onvoldoende openheid van zaken hebben gegeven over hun inkomsten en kasstortingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, en het College wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.