ECLI:NL:CRVB:2010:BN9717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op WW-uitkering na maximale uitkeringsduur bereikt
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WW-uitkering te beëindigen per 8 september 2008, omdat de maximale uitkeringsduur voor 31,99 uur per week was verstreken. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard voor een deel, maar het oordeel dat de WW-uitkering niet kan worden voortgezet na afloop van de maximale duur werd bevestigd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het UWV in redelijkheid zijn volledige WW-uitkering had moeten voortzetten vanwege financiële problemen, en dat een aanvraag voor bijstand geen optie was vanwege mogelijke plaatsing op een sociale werkplaats. De Raad overweegt echter dat de WW geen voorziening biedt voor voortzetting na de maximale uitkeringsduur en onderschrijft het oordeel van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden oordeel en wijst de grief van appellant af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 6 oktober 2010.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering eindigt na het bereiken van de maximale uitkeringsduur; voortzetting wegens financiële problemen wordt niet toegestaan.