ECLI:NL:CRVB:2010:BN9992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig stellen voor niet-betaling AOW-premie 2002
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen waarin hij schuldig nalatig werd verklaard voor het niet betalen van de over 2002 verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had op grond van een ambtshalve vastgestelde aanslag door de Belastingdienst appellant als schuldig nalatig aangemerkt.
Appellant voerde aan dat financiële moeilijkheden hem verhinderden tijdig aangifte te doen en jaarstukken te overleggen, wat leidde tot de ambtshalve aanslag. De Raad overwoog dat op grond van artikel 18, derde lid, onder a, van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv) het schuldig nalatig stellen niet kan worden afgewezen indien de aanslag ambtshalve is vastgesteld wegens onvoldoende medewerking.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden van appellant onvoldoende zijn om af te wijken van het schuldig nalig stellen en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries op 8 oktober 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het schuldig nalatig stellen van appellant wordt bevestigd.