ECLI:NL:CRVB:2010:BO0175
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.L.C. Hermans
- Rechtspraak.nl
Korting op WUV-uitkering in verband met AOW-pensioen is terecht
Appellant ontving een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) sinds 1998. Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in mei 2007 ontving appellant een AOW-pensioen, en vanaf maart 2009 ontving ook zijn echtgenote een AOW-pensioen. Verweerster paste een korting toe op de WUV-uitkering van appellant vanwege het ontvangen AOW-pensioen van hemzelf en zijn echtgenote.
Appellant maakte bezwaar tegen de berekening van de uitkering, met name tegen de korting wegens vermogensinkomsten en de wijze waarop vermogenstoeval werd meegenomen. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er geen nieuw besluit was genomen over de vermogensinkomsten. De Raad oordeelde dat deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was, omdat de korting op vermogensinkomsten al was vastgesteld in eerdere berekeningsbesluiten.
De Raad overwoog dat de korting op de WUV-uitkering conform artikel 19 van Pro de Wuv correct was toegepast, waarbij het bruto AOW-pensioen van appellant en zijn echtgenote in mindering werd gebracht. De toename van de korting per maart 2009 werd veroorzaakt door het feit dat ook de echtgenote een AOW-pensioen ontving. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de korting op zijn WUV-uitkering wegens AOW-pensioen is terecht.