ECLI:NL:CRVB:2010:BO0294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling bevestigd
Appellant ontvangt sinds 1 augustus 2004 bijstand als alleenstaande. In december 2005 werd hij aangemeld voor een Work First traject bij Paswerk, dat hij na medisch advies hervatte. Op 2 mei 2006 verliet appellant boos en agressief de test- en trainingsafdeling, wat door Paswerk aan het College werd gemeld. Het College legde daarop een verlaging van de bijstand met 50% voor twee maanden op wegens onvoldoende medewerking.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het psychologisch advies een voorkeur voor solitaire werkzaamheden aangaf en dat de sanctie disproportioneel en in strijd met internationaal recht was. Tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelt dat appellant de verplichting tot medewerking heeft geschonden en dat de verlaging conform de Sanctieverordening terecht is opgelegd. De psychologische bevindingen rechtvaardigen geen vermindering van verwijtbaarheid. Het beroep op internationaal recht faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De Raad constateert een overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden en kent een schadevergoeding van €500 toe.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en uitspraak, laat de rechtsgevolgen in stand, veroordeelt het College tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten, en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 50% gedurende twee maanden wordt bevestigd en het College wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.