ECLI:NL:CRVB:2010:BO0308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering ZW- en WAZO-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante had een Ziektewet- en WAZO-uitkering ontvangen over de periode van september 2002 tot november 2003, gebaseerd op een vermeend dienstverband met een uitzendbureau. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) concludeerde na een fraudonderzoek dat het dienstverband gefingeerd was en appellante nooit daadwerkelijk arbeid had verricht of loon ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking en terugvordering ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel arbeid had verricht en loonstroken kon overleggen, en dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat het uitsluitend gebaseerd was op verklaringen van de eigenaar van het uitzendbureau, die strafrechtelijk werd vervolgd.
De Raad overwoog dat het Uwv voldoende feiten had aangedragen om het ontbreken van een dienstverband aannemelijk te maken en dat appellante onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het fraudeonderzoek was zorgvuldig en de verklaringen van de eigenaar, die aangaf dat namen en sofinummers werden misbruikt, waren doorslaggevend. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de uitkeringen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de ZW- en WAZO-uitkeringen worden bevestigd omdat geen sprake was van een daadwerkelijk dienstverband.