ECLI:NL:CRVB:2010:BN0957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-, ZW- en WAO-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband
Appellante ontving achtereenvolgens WW-, ZW- en WAO-uitkeringen, die door het Uwv werden ingetrokken en teruggevorderd op grond van een gefingeerd dienstverband met het uitzendbureau. Het Uwv baseerde dit op een frauderapport en verklaringen van betrokkenen bij het bedrijf waar appellante zou hebben gewerkt.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel arbeid had verricht en wees op haar vrijspraak in een strafzaak waarin dezelfde rechtsvraag zou zijn behandeld. Ook verwees zij naar een collega die in een vergelijkbare situatie was vrijgesproken en waarbij de bestuursrechter de intrekking van uitkeringen had vernietigd.
De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet daadwerkelijk had gewerkt en dat het dienstverband gefingeerd was. Dit werd ondersteund door verklaringen van leidinggevenden en het frauderapport, terwijl de verklaringen van appellante en haar getuigen onvoldoende overtuigend waren. De strafrechtelijke vrijspraak stond de bestuursrechtelijke beoordeling niet in de weg omdat het om verschillende rechtsvragen ging.
De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de uitkeringen en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband.