ECLI:NL:CRVB:2010:BO0320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ZW- en WAZO-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante had een ZW- en WAZO-uitkering ontvangen op grond van een beweerd dienstverband bij een agrarisch aanneembedrijf. Het UWV concludeerde na een fraudeonderzoek dat er geen sprake was van een daadwerkelijk dienstverband, maar van een gefingeerd contract zonder persoonlijke arbeid of loonbetaling.
Het UWV trok de uitkeringen in en vorderde de onterecht betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij zich baseerde op verklaringen van betrokkenen en het frauderapport. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel arbeid had verricht en over loonstroken beschikte, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen dienstverband was en dat appellante onvoldoende tegenbewijs had geleverd. De verklaringen van de eigenaar, inlener en fraude-inspecteur ondersteunden het oordeel dat het dienstverband gefingeerd was. De Raad bevestigde daarom de herziening en terugvordering van de uitkeringen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen daadwerkelijk dienstverband had en keurt de herziening en terugvordering van de uitkeringen goed.