ECLI:NL:CRVB:2010:BO0361

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-234 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep AOW-uitspraak

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Appellant deed daarop verzet en verklaarde bereid te zijn het griffierecht alsnog te betalen, met het verzoek om een nieuwe acceptgiro.

De Raad stelde vast dat het griffierecht niet was betaald binnen de gestelde termijn en dat het verzoek om een nieuwe acceptgiro te sturen te laat kwam. In lijn met vaste rechtspraak werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.

De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 28 september 2010.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

10/234 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2009, 08/5089 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 28 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 12 mei 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 12 mei 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 augustus 2010, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 12 mei 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij bereid is om het griffierecht alsnog te voldoen. Daarbij heeft hij gevraagd om toezending van een nieuwe acceptgiro.
Aangezien dit verzoek is gedaan na afloop van de aan appellant gestelde termijn voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht, zal de Raad - in overeenstemming met zijn vaste rechtspraak in gevallen als dit - aan dit verzoek niet voldoen.
Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
BvW
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de R. Groothuis en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 28 septembre 2010.