ECLI:NL:CRVB:2010:BO0385
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verzoeker in proceskosten na intrekking voorlopige voorziening
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo (verzoeker) had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Tijdens de zitting op 5 juli 2010 werd met partijen afgesproken te zoeken naar een praktische oplossing, waarbij bij een positief resultaat het verzoek om voorlopige voorziening zou worden ingetrokken.
Op 20 juli 2010 heeft verzoeker de Raad geïnformeerd over het bereiken van een praktische oplossing en de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening. Vervolgens verzochten betrokkenen de Raad om verzoeker te veroordelen in de proceskosten die zij redelijkerwijs hadden moeten maken.
De Raad oordeelde dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening analoge toepassing van artikel 21a van de Beroepswet passend is. Gezien de intrekking en het verzoek tot proceskostenveroordeling, veroordeelde de Raad verzoeker tot betaling van de proceskosten van betrokkenen, begroot op in totaal € 2.565,41.
De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier P.W.J. Hospel, en uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2010.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van € 2.565,41 aan proceskosten aan betrokkenen.