ECLI:NL:CRVB:2010:BO1047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag niet bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen de rechtbank Arnhem die het besluit van 8 augustus 2006 tot intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundige grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts innerlijke tegenstrijdigheden bevatte en onvoldoende rekening hield met een door betrokkene overgelegde brief van haar psycholoog. Betrokkene is sinds 1992 psychiatrisch behandeld en kan de druk van werk niet aan, mede vanwege samenwerkingsproblemen en risico op decompensatie.
In hoger beroep heeft de Raad een onafhankelijke psychiater ingeschakeld die bevestigde dat betrokkene een wankel psychisch evenwicht heeft en dat de beperkingen ernstiger zijn dan eerder vastgesteld. De Raad volgt deze deskundige en wijst het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts af dat de cruciale vraag niet beantwoord zou zijn.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover die appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen, herroept het oorspronkelijke besluit van 21 maart 2006 en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het primaire besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en de uitkering blijft gehandhaafd.