ECLI:NL:CRVB:2010:BO1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsuppletie uit sociaal plan bij berekening dagloon WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als leerkracht en werd ontslagen wegens subsidiebeëindiging, waarna zij een lager betaalde functie aanvaardde met loonsuppletie uit een sociaal plan. Na arbeidsongeschiktheid kende het UWV een WIA-uitkering toe op basis van een dagloon exclusief deze loonsuppletie.
Appellante maakte bezwaar tegen het buiten beschouwing laten van de loonsuppletie bij de dagloonberekening, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank. In hoger beroep betoogde zij dat de loonsuppletie wel meegewogen moest worden.
De Raad oordeelde dat uitkeringen uit een sociaal plan loon uit vroegere dienstbetrekking zijn, omdat zij hun oorzaak vinden in het beëindigen van de vorige dienstbetrekking en een beloning vormen voor het aanvaarden van nieuw werk. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en eerdere uitspraken van de Raad zelf.
Daarom is het correct dat het UWV de loonsuppletie buiten de dagloonberekening heeft gelaten. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de loonsuppletie terecht niet is meegenomen bij de berekening van het dagloon voor de WIA-uitkering.