ECLI:NL:CRVB:2010:BO1228
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogs-slachtoffer op grond van onvoldoende oorlogsgeweld en invaliditeit
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogs-slachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Haar aanvraag werd afgewezen omdat niet is vastgesteld dat zij tijdens de Japanse bezetting is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo.
De Raad stelde vast dat appellante wel internering had ondergaan tijdens de Bersiap-periode, maar dat deze gebeurtenis niet leidde tot lichamelijke of psychische invaliditeit die verband houdt met oorlogsgeweld. Dit oordeel werd ondersteund door medische adviezen van geneeskundig adviseurs en een psychiater, waarbij de aanwezige psychische klachten niet konden worden toegeschreven aan het oorlogsgeweld, maar aan een cognitieve stoornis gerelateerd aan dementie.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd en dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om het standpunt van verweerster te betwisten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van oorlogsgeweld en invaliditeit in de zin van de Wubo.