ECLI:NL:CRVB:2010:BO1312
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO- en WUV-uitkering wegens onvoldoende bewijs van invalidering
Appellant, geboren in 1925 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in 2007 een aanvraag in voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv). Hij baseerde zijn aanvraag op lichamelijke klachten, waaronder longklachten als gevolg van TBC, en psychische klachten die hij toeschreef aan zijn langdurige internering tijdens de Japanse bezetting.
De Pensioen- en Uitkeringsraad (verweersters) erkende dat appellant tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd was en daardoor oorlogsgeweld en vervolging had ondergaan, maar wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van invalidering. De Raad baseerde zich op medische adviezen die stelden dat de TBC pas in 1955 werd vastgesteld en er onvoldoende aanwijzingen waren dat deze tijdens de internering was opgelopen. Ook werd geconcludeerd dat de psychische klachten wel aanwezig waren, maar niet leidden tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze standpunten na zorgvuldige beoordeling van het medisch onderzoek en de ingebrachte gegevens. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat appellant daadwerkelijk invalideerde door de medische klachten in causaal verband met de oorlogservaringen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanvragen voor WUBO- en WUV-uitkeringen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van invalidering.