ECLI:NL:CRVB:2010:BO1313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand zonder nieuwe hoorzitting en dringende redenen
In deze zaak ging het om het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen een terugvorderingsbesluit van het College ongegrond had verklaard. Het College had bij besluit van 28 april 2009 zonder nieuwe hoorzitting het bezwaar tegen een eerdere terugvordering gedeeltelijk gegrond verklaard en de terugvordering beperkt tot de kosten van bijstand over een specifieke periode.
Appellant stelde dat het College ten onrechte geen nieuwe hoorzitting had gehouden en dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, waaronder zijn leeftijd, gezondheid en financiële situatie. De Raad overwoog dat er geen algemene verplichting bestaat tot een nieuwe hoorzitting bij een nieuw besluit op bezwaar na vernietiging van het eerste besluit. Tevens waren de door appellant aangevoerde dringende redenen onvoldoende concreet onderbouwd.
De Raad bevestigde dat het eerdere oordeel over de bevoegdheid tot terugvordering definitief was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot gedeeltelijke terugvordering van bijstand zonder nieuwe hoorzitting en zonder matiging wegens dringende redenen.