ECLI:NL:CRVB:2009:BH2321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresopgave
Betrokkene had bij de aanvraag van bijstand opgegeven te wonen op een bepaald adres in een pension, maar was feitelijk woonachtig op een ander adres binnen hetzelfde pensioncomplex. De gemeente stelde op basis van een onderzoek dat betrokkene niet op het opgegeven adres verbleef en trok de bijstand over de periode 1999-2001 in, met terugvordering van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor de intrekking. De gemeente ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat betrokkene de inlichtingenplicht had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres, maar dat dit niet voor de gehele periode leidde tot onzekerheid over het recht op bijstand.
Voor de periode van 1 januari 1999 tot 18 februari 2000 was betrokkene feitelijk woonachtig in een kamer van het pension en kon het recht op bijstand worden vastgesteld, zodat intrekking en terugvordering voor die periode niet gerechtvaardigd waren. Voor de periode vanaf 18 februari 2000 tot 31 oktober 2001 ontbraken concrete gegevens over de woonplaats, waardoor intrekking gerechtvaardigd was. De Raad vernietigde het besluit voor het eerste deel van de periode en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen voor de terugvordering over het latere deel.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 1 januari 1999 tot 18 februari 2000 en de gemeente moet een nieuw besluit nemen voor de terugvordering over de latere periode.