ECLI:NL:CRVB:2010:BO1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidsprocedure
Betrokkene vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een procedure over een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het UWV. De procedure had vier jaar en negen maanden geduurd, waarbij zowel het UWV als de rechtbank bijdroegen aan de vertraging.
De Raad stelde vast dat de overschrijding van de redelijke termijn negen maanden bedroeg. Zowel het UWV als de Staat erkenden hun verantwoordelijkheid en kwamen overeen tot een vergoeding van respectievelijk € 500,- en € 1000,- voor immateriële schade.
De Raad overwoog dat de complexiteit van de zaak en het procesgedrag van betrokkene geen langere termijn rechtvaardigden. De Raad veroordeelde het UWV en de Staat tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten, waarbij de kosten gelijkelijk werden verdeeld.
Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige besluitvorming in sociale zekerheidszaken en de mogelijkheid tot vergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding respectievelijk € 500,- en € 1000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.