ECLI:NL:CRVB:2010:BO1602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van anticumulatie WAO-uitkering met fiscale bijtelling en nettowinsttoerekening
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verminderen wegens anticumulatie met inkomsten uit arbeid, waaronder fiscale bijtelling van dienstauto’s en nettowinst uit een bedrijf. De rechtbank had het besluit deels vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar de daadwerkelijke inkomsten en bijzondere omstandigheden.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de fiscale bijtelling van de dienstauto’s voldoende vaststaat en als inkomsten uit arbeid moet worden beschouwd, ook al betreft het een fiscale constructie zonder daadwerkelijke inkomsten. Daarnaast wordt de nettowinst over 2004 aan appellant toegerekend op grond van zijn werkzaamheden voor het bedrijf, ondanks zijn stelling dat hij onder druk een onjuiste verklaring had afgelegd.
De Raad vindt geen aanwijzingen voor ongeoorloofde pressie tijdens de verhoren en volgt de rechtbank in het oordeel dat sprake is van een bijzonder geval dat toerekening van de nettowinst rechtvaardigt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het bezwaar van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de anticumulatie van de WAO-uitkering en wijst het beroep van appellant af.