ECLI:NL:CRVB:2008:BG3639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks fiscale keuze en ontbreken dringende reden
Appellante ontvangt sinds november 1990 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Vanaf januari 2001 drijft zij een onderneming die zij overnam van haar overleden echtgenoot. Het Uwv heeft haar uitkering per 1 januari 2001 aangepast naar een lagere fictieve mate van arbeidsongeschiktheid vanwege inkomsten uit arbeid en vordert een bedrag van €4.233,42 terug over de periode 2001-2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de fiscale keuze van appellante om geen bijtelling voor privégebruik van de auto op te voeren leidend is voor de vaststelling van het inkomen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, stellende dat het inkomen onjuist was vastgesteld en dat terugbetaling het einde van haar onderneming zou betekenen. De Raad volgt de rechtbank en oordeelt dat de fiscale keuze bindend is en dat er geen dringende reden is om af te zien van terugvordering. De aflossingsregeling waarborgt dat altijd een beslagvrije voet overblijft.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd.