ECLI:NL:CRVB:2010:BO1729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens en niet verschijnen
Appellant ontving vanaf 1995 met onderbrekingen bijstand en sinds 11 januari 2005 van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem. Het College had de bijstand opgeschort per 31 januari 2007 wegens het niet reageren op uitnodigingen voor re-integratiegesprekken en het niet overleggen van gevraagde gegevens.
Na meerdere uitnodigingen en waarschuwingen, waarbij appellant zonder bericht niet verscheen, besloot het College de bijstand met ingang van 12 maart 2007 in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, van de Wet werk en bijstand (WWB). Appellant voerde aan dat hem geen verwijt treft vanwege zijn kwetsbare psychische gesteldheid en de lange voorgeschiedenis van mislukte re-integratiepogingen.
De Raad oordeelt echter dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet tijdig verstrekken van de relevante gegevens. De Raad benadrukt dat het College actuele informatie nodig heeft om het recht op bijstand te beoordelen en dat oude gegevens niet volstaan. Er is geen bewijs dat appellant wegens zijn psychische toestand niet kon verschijnen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand per 12 maart 2007 wordt bevestigd.