ECLI:NL:CRVB:2010:BO1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak over WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 maart 2009 inzake haar WAO-uitkering. De Raad stelde vast dat de grieven van verzoekster over de WAO-uitkering niet aan de orde konden komen omdat het eerdere besluit alleen betrekking had op de Wajong-uitkering. Verzoekster diende een klacht en herzieningsverzoek in met betrekking tot samenloop van uitkeringen en nabestaandenuitkering, maar dit verzoek had geen betrekking op de eerdere uitspraak.
De Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria uit artikel 8:88 Awb Pro en artikel 21 Beroepswet Pro. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die voor de eerdere uitspraak onbekend waren en die, indien bekend, tot een andere beslissing zouden hebben geleid.
Verzoekster is niet verschenen bij de zitting en heeft geen nadere reactie gegeven op het verweerschrift van het UWV. De Raad concludeert dat het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden voor herziening en wijst het daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.