ECLI:NL:CRVB:2010:BO2646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in arbeidsongeschiktheidsuitkeringsprocedure
Betrokkene heeft sinds 1994 een procedure gevoerd tegen het UWV over de weigering van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De procedure kende meerdere fasen, waaronder bezwaar, beroep en hoger beroep, met diverse besluiten en vernietigingen door de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de totale duur van de procedure ruim vijftien jaar bedroeg, waarvan een deel reeds door de Staat werd gecompenseerd vanwege overschrijding door de rechtbank. Voor de periode vanaf 29 februari 2000 tot 11 juli 2007 was reeds een schadevergoeding van €4.500 toegekend en onherroepelijk geworden.
De Raad acht een redelijke termijn voor een dergelijke procedure maximaal vier jaar. Na aftrek van reeds gecompenseerde perioden resteert een overschrijding van ruim drie jaar die voor rekening van het UWV komt. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €3.500 en in de proceskosten van €322.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige behandeling van procedures en de mogelijkheid tot vergoeding bij overschrijding van redelijke termijnen volgens artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €3.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.